Bij psychisch verzuim lijkt één factor steeds belangrijker te worden: hoe snel de bedrijfsarts daadwerkelijk betrokken raakt.

Recent onderzoek onder 449 werknemers met psychische klachten laat zien dat werknemers die binnen zes weken door een bedrijfsarts werden gezien gemiddeld ongeveer zeven weken eerder hersteld waren dan werknemers die pas later een eerste consult hadden. Dat is een relevante uitkomst.

Maar de discussie die daarna ontstaat, is minstens zo interessant.

Ligt het probleem bij taakdelegatie?

Dat wordt soms gesuggereerd.

Door het tekort aan bedrijfsartsen wordt in de praktijk veel gewerkt met taakdelegatie. Een praktijkondersteuner, door de bedrijfsarts taakgedelegeerde casemanager voert dan een deel van de begeleiding uit onder directe verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts. Op zichzelf is daar weinig mis mee. Sterker nog: taakdelegatie kan juist zorgen voor sneller contact, betere bereikbaarheid en meer aandacht in het proces.

De vraag is daarom niet of taakdelegatie goed of slecht is. De vraag is of het proces ervoor zorgt dat de bedrijfsarts op tijd aan tafel komt wanneer dat medisch noodzakelijk is.

Psychische dossiers zijn vaak geen standaarddossiers

Bij een duidelijke fysieke aandoening is de route vaak relatief voorspelbaar. Bij psychische klachten ligt dat anders.

Daar spelen vragen zoals:

  • Wat is precies de aard van de klachten?
  • Is sprake van overspanning, burn-out, depressie of een andere aandoening?
  • Is aanvullende behandeling nodig?
  • Zijn er factoren in het werk die herstel belemmeren?
  • Welke belastbaarheid is reëel?

Juist daar ligt de specifieke expertise van de bedrijfsarts. Niet alleen voor de diagnose, maar ook voor het bepalen van de juiste koers richting herstel en werkhervatting.

Het echte risico: een extra proceslaag

Het onderzoek bewijst niet dat taakdelegatie automatisch leidt tot langer verzuim. Maar het laat wel een risico zien.

Wanneer een werknemer eerst meerdere gesprekken voert binnen een gedelegeerd proces en de bedrijfsarts pas na drie of vier maanden daadwerkelijk betrokken raakt, ontstaat een extra schakel in de besluitvorming.

Dan kan kostbare tijd verloren gaan. Niet omdat taakdelegatie verkeerd is ingericht, maar omdat opschaling naar de bedrijfsarts te laat plaatsvindt.

De les voor werkgevers

Werkgevers hoeven niet per definitie te streven naar direct een spreekuur bij de bedrijfsarts voor iedere ziekmelding. Dat is in de praktijk vaak ook niet haalbaar. Wel is het verstandig kritisch te kijken naar psychische dossiers.

Daar zou de centrale vraag moeten zijn:

Hoe snel komt de bedrijfsarts daadwerkelijk zelf in beeld als de situatie daarom vraagt?

Want uiteindelijk lijkt niet de taakdelegatie zelf de bepalende factor. De bepalende factor lijkt te zijn of de juiste professional op het juiste moment wordt ingezet.

En juist daar kunnen enkele weken verschil uiteindelijk maanden verzuim schelen.

Samenvatting

  • Eerder bedrijfsartscontact scheelt snel weken verzuim
  • Goede afstemming tussen taakdelegatie en bedrijfsarts is belangrijk
  • Snelle inzet leidt tot beter herstel
  • Procesinrichting bepaalt mede de uitkomst