De afschaffing van de IVA is een ingrijpende keuze in het regeerakkoord. De IVA is namelijk niet alleen een uitvoeringsprobleem geworden, zij is het scharnierpunt van twee onbedoelde structurele gevolgen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel: een financieel afschuifmechanisme én een systeem dat vastloopt op herbeoordelingen.

Wie die twee samen ziet, begrijpt waarom het schrappen van de IVA meer is dan een technische ingreep. Het zal een manier zijn om het stelsel tegelijk eerlijker én uitvoerbaarder te maken.

Het recente IBO rapport heeft hierbij duidelijk als basis gediend.

De IVA als systeemuitgang: financieel én uitvoerend

Tot nu toe fungeert de IVA als het eindstation van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Zodra een dossier als duurzaam volledig arbeidsongeschikt wordt aangemerkt, verdwijnt het financiële risico uit de individuele sfeer en wordt het collectief gedragen via het Aof. De rekening wordt daarmee uitgesmeerd over alle werkgevers.

Dat is een bewuste ontwerpkeuze. Tegelijkertijd creëerde die keuze onbedoeld een systeem waarin arbeidsongeschiktheid kon fungeren als financieel afschuifmechanisme.

Maar wat betekent dit voor mensen die nu rust vinden in de IVA? Die rust is terecht en van grote waarde, en die mogen we niet opofferen aan systeemlogica. De opgave is om die rust te behouden, door het herbeoordelingsmechanisme te reserveren voor die gevallen waar het echt iets toevoegt – en het voor de rest los te laten.

Financieel afschuiven veroorzaakt herbeoordelingen

Dit financiële mechanisme kan alleen functioneren via één route: herbeoordelingen. De weg naar collectivering loopt immers via medische en juridische toetsing van duurzaamheid. Daarmee is herbeoordelen geen uitzondering, maar een structureel instrument in het stelsel.

Het gevolg zien we iedere dag:

  • voortdurende herbeoordelingen van WGA naar IVA;
  • bezwaar- en beroepsprocedures waarin steeds dezelfde vraag centraal staat: is dit het punt waarop iedere werkgever mee gaat betalen?

Herbeoordelingen zijn daarmee geen los uitvoeringsprobleem, maar mede het directe gevolg van het financiële ontwerp van het stelsel.

Hier loopt het systeem vast

Voor UWV is deze dynamiek steeds moeilijker houdbaar. Het aantal verzekeringsartsen is schaars, de WIA-instroom is de afgelopen jaren scherp gestegen en daarmee neemt ook het aantal herbeoordelingen toe. Waar UWV inmiddels overigens een voorwaardelijke stop op heeft gezet.

Vanuit dat perspectief is de voorgenomen afschaffing van de IVA geen versobering, maar een noodzakelijke uitvoeringsmaatregel.

Met het afschaffen van de IVA per 2030 worden twee vliegen in één klap geslagen:

  1. het financiële afschuifmechanisme verdwijnt;
  2. de herbeoordelingsdruk neemt structureel af.

Meer gewicht op de WGA – uitgaande van gelijkblijvende regels

Ervan uitgaande dat de WGA-spelregels onveranderd blijven bestaan, betekent het verdwijnen van de IVA dat meer mensen in de WGA terecht zullen komen of daar langer in blijven. Niet omdat de WGA verandert, maar omdat de uitweg komt te vervallen.

Dat zal duidelijke consequenties hebben:

  • de WGA-markt in euro’s wordt veel groter, waardoor ook de financiële sturingsruimte voor preventie en re-integratie toeneemt. (Voor het ERD-speelveld speelt hierbij overigens nog de mogelijke nieuwe rentehobbel een rol, maar dat verdient een aparte beschouwing)
  • die verantwoordelijkheid wordt feitelijk zwaarder door volume en duur;
  • risico’s blijven langer zichtbaar daar waar beïnvloeding mogelijk is.

De vervuiler betaalt meer – en preventie wordt logisch

In dit systeem krijgt het principe de vervuiler betaalt meer betekenis, als logisch gevolg van het ontwerp. Zolang beïnvloeding mogelijk is, blijft het risico liggen bij partijen die invloed hebben op preventie, begeleiding en re-integratie. De rekening verdwijnt niet meer voortijdig naar de Aof.

Dat sluit direct aan bij het regeerakkoord, waarin preventie minder vrijblijvend wordt en handhaving wordt versterkt. Met deze prikkelstructuur wordt preventie geen moreel appel, maar rationeel handelen:

  • investeren in het eerste ziektejaar loont;
  • vroegsignalering loont;
  • aandacht voor psychosociale belasting loont.

Slot: soms is beleid het weghalen van het verkeerde mechanisme

De IVA heeft twee functies gekregen die haar onhoudbaar maken: zij fungeert zowel als financieel eindstation als motor achter herbeoordelingen. Dat maakt haar tot een structureel knelpunt in het stelsel.

Door de IVA per 2030 af te schaffen:

  • haal je het financiële spel uit het stelsel,
  • verlicht je structureel de uitvoeringsdruk bij UWV,
  • en dwing je het stelsel om zich te richten op begeleiding en preventie.

Dit is een, vinden wij, een logische technische reparatie. En wellicht is dat wat nodig is om het systeem weer een beetje werkend te krijgen.

    • De afschaffing van de IVA per 2030 pakt twee structurele problemen tegelijk aan: een financieel afschuifmechanisme én de vastgelopen herbeoordelingspraktijk.

    • De rust die de IVA biedt aan werknemers is waardevol, maar moet slimmer worden georganiseerd door herbeoordelingen alleen in te zetten waar ze echt iets toevoegen.

    • Als de WGA-spelregels gelijk blijven, krijgt de WGA meer gewicht en ontstaat meer financiële sturingsruimte voor preventie en re-integratie.

    • Daarmee sluit de gekozen koers aan bij het IBO en het regeerakkoord: minder beoordelen, meer begeleiden en preventie minder vrijblijvend maken.