Ziek zijn is geen discussie. Re-integratie soms wel. En precies daar gaat het regelmatig mis. Deze uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant laat zien hoe een ogenschijnlijk redelijke houding (“ik wil best werken, maar niet dáár”) kan uitmonden in ontslag zonder vergoeding. Niet omdat de werknemer niet kón werken, maar omdat hij bleef weigeren.
Dat voelt ongemakkelijk. En toch is het juridisch vrij helder.
Even terug naar de feiten
Een onderhoudsmonteur meldt zich ziek met rugklachten. Na verloop van tijd concludeert de bedrijfsarts dat terugkeer in de eigen functie niet mogelijk is, maar dat werken wel kan – in aangepaste vorm. De werkgever biedt daarom werkzaamheden aan buiten de eigen afdeling, in een andere werkomgeving die is ingericht voor re-integratie.
De werknemer wil wel werken, maar alleen in zijn vertrouwde setting. Het aangeboden werk vindt hij niet passend. En dus doet hij het niet.
Deskundigen aan tafel, twijfel van tafel?
De werkgever laat het daarbij niet en vraagt een deskundigenoordeel aan bij het UWV. Dat oordeel is duidelijk: het werk is passend, de werknemer moet meewerken aan zijn re-integratie. Ook de bedrijfsarts blijft bij dit standpunt.
Toch verandert er niets. De werknemer houdt vast aan zijn weigering. Niet omdat hij medisch niet kan, maar omdat hij het werk niet wíl doen.
En hier begint het te schuren.
Wanneer voorkeur geen argument meer is
In de praktijk wordt “passende arbeid” nog weleens gelezen als “werk dat ik redelijk vind”. Juridisch ligt de lat anders. Passend betekent: binnen de medische beperkingen, rekening houdend met wat iemand nog kan. Dat het werk anders is, op een andere plek wordt gedaan of minder vertrouwd voelt, maakt het niet automatisch ongeschikt.
De rechter is daar helder over. Als:
-
het werk medisch passend is,
-
meerdere deskundigen dat bevestigen,
-
en de werkgever aantoonbaar moeite doet,
dan blijft er weinig ruimte over voor persoonlijke voorkeuren. Begrip is er vaak aan het begin. Maar niet eindeloos.
Van loonmaatregel naar ontslag
De werkgever past eerst een loonopschorting toe, daarna een loonstop. Pas wanneer ook dat geen effect heeft, volgt een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen structureel niet is nagekomen. De aanhoudende weigering wordt aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen. Het dienstverband eindigt, zonder transitievergoeding.
Een harde uitkomst, maar wel één die in lijn ligt met hoe de wet is bedoeld.
De rafelrandjes: dit voelt niet zwart-wit
Tegelijkertijd is dit geen zaak van “werknemer fout, werkgever goed”. Re-integratie is geen rekensom. Voor een werknemer kan werken buiten de eigen afdeling voelen als een stap terug. Voor een werkgever voelt blijven uitleggen soms als trekken aan een dood paard.
Juist daar zit het risico:
-
werknemers onderschatten hoe zwaar een deskundigenoordeel weegt;
-
werkgevers overschatten soms hoe vanzelfsprekend “passend” wordt ervaren.
Wie dat spanningsveld negeert, belandt sneller in een juridisch traject dan nodig is.
Tot slot
Deze uitspraak laat vooral zien dat re-integratie niet vrijblijvend is. Wie blijft weigeren, loopt het risico dat begrip omslaat in verwijtbaarheid – met alle gevolgen van dien.
Niet omdat iemand ziek was.
Maar omdat “nee” zeggen op een gegeven moment simpelweg niet meer kan.